Laatst bijgewerkt: 9-9-2026
Vanaf 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling definitief — in één keer, zonder afbouwpad. Je kunt teruggeleverde zonnestroom dan niet meer wegstrepen tegen je verbruik en krijgt er alleen nog een terugleververgoeding voor, wettelijk minimaal 50 procent van het kale leveringstarief tot 2030. Daardoor wordt het opslaan en zelf verbruiken van je zonnestroom met een thuisbatterij aantrekkelijker dan het vóór 2027 was.
De salderingsregeling voor kleinverbruikers vervalt op 1 januari 2027. Anders dan in eerdere wetsvoorstellen is er geen afbouwpad: de regeling stopt in één keer, volledig.
Concreet betekent dat: tot en met 31 december 2026 mag je elke teruggeleverde kilowattuur nog wegstrepen tegen een afgenomen kilowattuur. Vanaf 1 januari 2027 kan dat niet meer. Je betaalt dan voor alle stroom die je van het net afneemt het volle all-in tarief, en je ontvangt voor wat je teruglevert een aparte terugleververgoeding van je energieleverancier.
Dat verschil is de kern van de zaak, dus even precies.
Teruggeleverde stroom wordt administratief afgetrokken van je verbruik. Een teruggeleverde kilowattuur is daarmee net zoveel waard als een afgenomen kilowattuur: het volle all-in tarief van ongeveer €0,26, inclusief energiebelasting en btw. Je zonnepanelen draaien je meter effectief terug.
Je leverancier betaalt je een vergoeding per teruggeleverde kilowattuur. Die vergoeding is wettelijk vastgelegd op minimaal 50 procent van het kale leveringstarief — het tarief zónder energiebelasting en btw. Bij een kaal tarief van ongeveer €0,12 komt dat neer op ongeveer €0,06 per kilowattuur. Die ondergrens geldt tot 2030.
Het gat is dus fors: €0,26 die je bespaart door zelf te verbruiken, tegenover ongeveer €0,06 die je ontvangt door terug te leveren. Voor elke kilowattuur die je met een batterij van het net af houdt, scheelt dat ruwweg €0,20.
Vóór 2027 was er financieel nauwelijks reden om zonnestroom op te slaan: teruglevering leverde evenveel op als zelf verbruiken. Precies daarom was de terugverdientijd van een thuisbatterij tot nu toe zo ongunstig.
Vanaf 2027 verschuift dat. De batterij verandert niet, de stroomprijzen veranderen niet noodzakelijk — maar de waarde van een opgeslagen kilowattuur springt van vrijwel nul naar ongeveer twintig cent. Dat is de enige echte reden waarom thuisbatterijen nu breed besproken worden. De volledige rekensom staat op Terugverdientijd van een thuisbatterij.
Belangrijke nuance: dit maakt een batterij beter, niet automatisch goed. Ook onder het nieuwe regime ligt de terugverdientijd voor een gemiddeld huishouden op 10 tot 22 jaar. De regelwijziging verkort die tijd; hij maakt hem niet kort.
Na 2027 is een thuisbatterij het interessantst als je:
Minder interessant is het als je:
Er is geen deadline die je moet halen. Twee overwegingen die tegen elkaar in werken:
Welke van die twee zwaarder weegt, hangt af van hoeveel je nu teruglevert. Lever je veel terug, dan is het verlies per jaar wachten groter dan de prijsdaling. Lever je weinig terug, dan is wachten prima. Reken het door met de terugverdientijd-calculator in plaats van af te gaan op een algemeen advies.
Ja. Ook zonder saldering bespaar je met zonnepanelen het volle all-in tarief op alle stroom die je direct zelf verbruikt, en ontvang je een vergoeding voor de rest. De terugverdientijd van zonnepanelen wordt wel langer dan onder saldering, maar blijft aanzienlijk korter dan die van een thuisbatterij. Panelen eerst, batterij daarna, is in vrijwel alle gevallen de juiste volgorde.
Deze pagina is gebaseerd op de gepubliceerde regelgeving rond het vervallen van de salderingsregeling (Rijksoverheid) en op de informatie van de ACM over terugleververgoedingen en de wettelijke ondergrens daarvan. Alle bedragen op deze pagina zijn marktcijfers met peildatum september 2026.