Laatst bijgewerkt: 9-9-2026
De terugverdientijd van een thuisbatterij ligt voor een gemiddeld huishouden realistisch tussen de 10 en 22 jaar (onderzoek CE Delft en Vereniging Eigen Huis). Bij een hoog eigen verbruik — een elektrische auto en/of een warmtepomp — kan dat zakken naar 6,5 tot 14 jaar. Rooskleurige claims van vijf jaar of minder komen zelden overeen met de praktijk; de ACM waarschuwt expliciet voor misleidende beweringen over terugverdientijden.
Een thuisbatterij verdient zichzelf terug uit twee bronnen, en die zijn bepaald niet even groot.
Elke kilowattuur die je dankzij de batterij zelf verbruikt in plaats van teruglevert, bespaart je het verschil tussen wat je anders had moeten betalen en wat je ervoor had gekregen. Onder het regime vanaf 2027 is dat het verschil tussen ongeveer €0,26 all-in en een terugleververgoeding van ongeveer €0,06 — dus ruwweg €0,20 per kilowattuur. Van dat bedrag gaat nog het omzetverlies af: bij een round-trip-rendement van 88 procent houd je er ongeveer €0,18 van over.
Met een dynamisch contract kun je laden als stroom goedkoop is en ontladen als hij duur is. Dat levert wat op, maar in conservatieve berekeningen gaat het om een orde van grootte van €150 per jaar bij 10 kWh. Aanbieders die veel hogere bedragen noemen, rekenen vaak de besparing uit eigen verbruik er stilzwijgend bij — dat is dubbeltelling.
Het misverstand dat een batterij zich vooral terugverdient met slim handelen is hardnekkig. In de praktijk is het omgekeerd: het gewone, saaie zelf-opmaken van je eigen zonnestroom doet het meeste werk.
Zolang de salderingsregeling bestaat, is een teruggeleverde kilowattuur net zoveel waard als een afgenomen kilowattuur. Het verschil dat een batterij zou overbruggen is dan bijna nul, en de terugverdientijd navenant lang.
Zodra saldering per 1 januari 2027 vervalt, ontstaat er wél een gat tussen die twee waardes — en dat gat is de opbrengst van de batterij. Wie nu koopt, koopt een apparaat dat ongeveer 15 jaar meegaat en waarvan het overgrote deel van de levensduur onder het nieuwe regime valt. Daarom rekent onze calculator uitsluitend met het regime vanaf 2027.
Onafhankelijk onderzoek van CE Delft in opdracht van Vereniging Eigen Huis komt voor een gemiddeld huishouden uit op een terugverdientijd van 10 tot 22 jaar. Dat is een brede band, en dat is geen slordigheid: de uitkomst hangt sterk af van je verbruikspatroon.
Wat de terugverdientijd korter maakt:
Wat hem langer maakt:
Let op de levensduur: een thuisbatterij gaat ongeveer 15 jaar of 6.000 cycli mee. Komt de terugverdientijd boven die 15 jaar uit, dan verdient het systeem zichzelf binnen zijn levensduur strikt genomen niet terug. Dat is een uitkomst die je moet kunnen zien staan, niet een reden om de aannames op te rekken.
Zelden. De ACM heeft aanbieders van thuisbatterijen expliciet gewaarschuwd over misleidende claims over terugverdientijden en besparingen. Kom je een berekening tegen die ver onder de tien jaar uitkomt, controleer dan drie dingen:
Onze eigen calculator bouwt hier een grens in: valt de uitkomst ruim onder de bandbreedte van onafhankelijk onderzoek, dan tonen we geen kaal getal maar een waarschuwing dat de invoer gecontroleerd moet worden. Liever een streepje dan een cijfer waar iemand zijn geld op zet.
Een bandbreedte van 10 tot 22 jaar is een eerlijk antwoord, maar geen persoonlijk antwoord. In de terugverdientijd-calculator vul je je eigen jaarverbruik, zonnepaneelvermogen, contracttype en gewenste capaciteit in. Alle aannames achter die berekening staan met bron en peildatum vermeld, en de uitkomst komt met dezelfde slag om de arm als deze pagina. Alle bedragen op deze pagina zijn marktcijfers met peildatum september 2026.
Zie ook de terugverdientijd-benchmark per profiel voor doorgerekende voorbeeldhuishoudens.